Door Mark Caldenhoven
DIEPENBEEK - In twee seizoenen FC Utrecht ontpopte Stijn Vreven (27) zich tot het knuffeldier van de Galgenwaard. Zondagmiddag werd de stoere, onverzettelijke back door de fans verkozen tot 'Speler van het Jaar'. Zijn voorliefde voor de cultuur van indianen is bekend, maar waar trapte de Belg voor het eerst tegen een bal? Op zoek naar de voetbalroots van Stijn Vreven, oud-spitsje van de pre-miniemen van Diepenbeek VV.
Er ligt een gouden gloed over Diepenbeek. De zon lacht op de glimmende kasseien en weerkaatst in de Demer, Stiemer en Caetsbeek. Glinsterende riviertjes in de Demervallei, de natuurlijke scheidslijn tussen de zand- en kleigrond van Belgisch Limburg, een kilometer of 25 ten westen van Maastricht.
De Demer is de hartsvriendin van Diepenbeek Voetbal Vereniging. Gracieus slingert ze zich langs het Sapitelplein, een complexje van welgeteld één veld aan de Molenstraat, vol paardenbloemen, molshopen en - uiteraard - twee metalen doelen. Jos Vreven knijpt zijn ogen dicht tegen de felle zon en zegt: "Hier holde en rende hij". Jeugdtrainer Patrick Broux corrigeert. "Hier scóorde hij. Bij de vleet. Honderden. Echt, honderden".
Vader Jos Vreven, gepensioneerd leraar aan de gemeentelijke basisschool in Diepenbeek, kijkt door het raam van het gesloten jeugdhonk. Een oude varkensstal die nog immer dienst doet als kleedaccommodatie annex minikantine. Rood is - ook hier - de voornaamste clubkleur. Binnen hangt een ingelijste én gesigneerde foto van Stijn Vreven in het shirt van FC Utrecht.
Eenzelfde portret keert terug in het ouderlijk huis. Aan de muur in de woonkamer, naast foto's in shirts van St. Truiden, KV Mechelen en AA Gent. Stijn Vreven en zijn vier jaar oudere broer Marco groeien op aan de Bevrijdingslaan 11, een hoekhuis in de welgestelde wijk Sint Rochus van Diepenbeek. Brede lanen, mooie pleintjes, volop groen. Het is een vruchtbaar decor voor talentvolle voetballertjes. Stijn, Marco en de bal zijn een onafscheidelijke drie-eenheid. Jos Vreven: "Ze gingen met de bal naar bed". Stijn Vreven: "Marco had veel meer talent. Maar karakter? Nee. Hij heeft alles verknoeid door alles te doen wat je leuk vindt als je 16 bent. Maar hij heeft me wel besmet met de voetbalmicrobe. Hij had zijn hele slaapkamer vol elftalfoto's en we voetbalden tot we erbij neer vielen. We hebben heel wat ramen aan diggelen gesjot".
Wie opgroeit in de wijk Sint Rochus meldt zich als pre-miniem, een achtjarige, automatisch aan bij Diepenbeek VV, één van de liefst vier voetbalclubs in Diepenbeek. De andere heten SK, Rooierheide en De Zwaluw. Het kwartet acteert in de marge van het Belgische amateurvoetbal maar verscheurt het slaapstadje in de jaren tachtig. Stijn: "Wat niemand weet is dat ik eerst een maandje bij SK Diepenbeek heb getraind. VV en SK, dat was water en vuur. Maar mijn moeder wilde niet dat ik met de fiets de provinciale weg overstak. Nu kon ik meerijden met de vader van Joël, een buurjongen die eigenlijk uit een andere wijk kwam".
Niettemin lonkte Diepenbeek VV. Zijn trainer van toen, en voor vele jaren later, ziet hem nog binnenwandelen óp het Sapitelplein. Patrick Broux, 37 jaar nu, ziet het snel. Hij heeft goud in handen. "Hij oogde wat iel". Vader Jos: "Stijn is een julikind. Hij was altijd een jaar jonger dan zijn ploeggenoten en tegenstanders. Hij moest altijd opboksen tegen grotere jongens". Broux: "Maar hij had een prachtige balbehandeling, een goed loopvermogen en een neus voor doelpunten... Ongelooflijk".
Jos Vreven: "Ik heb het wel eens een seizoen bijgehouden. Maakte hij 167 goalen". Broux: "Met de kadetten speelden we ooit bij Hasselt VV, een heel zwakke ploeg. We wonnen met 27-0. Maakte Stijn er 18 of 19. Maar, eeh, let wel hé... Wonnen we met 2-1, dan maakte hij ze ook". Zijn vader: "Ooit speelde Stijn met VV op SK. Het stond 12-0 en Stijn had er elf gemaakt. In de laatste minuut moest hij een corner nemen. Schiet hij de bal ineens naar het doel. Die gaat naast. Op de weg naar huis vraagt Stijn in de auto: 'Pa, wat vond je van de match?' Ik zeg bloedserieus: 'Die corner had je op de penaltystip moeten plaatsen'. Maar pa, zegt hij, ik heb er elf gemaakt. Ik reageerde niet. Het bleef stil. Bij een stoplicht kijk ik naar rechts en zie ik een traan over zijn wang dwarrelen. Zo was ik als vader. Ik heb hem nooit bestoefd, bewierrookt. Pas toen Stijn zijn eerste contractje in de wacht sleepte heb ik hem gezegd dat ik trots op hem was". Broux: "Hij was een mooi spitsje".
Letterlijk mooi. Zijn vader: "Op een dag stond de baas van Napri op de stoep, een groot warenhuis hier in Diepenbeek. Of Stijn als een heuse mannequin kinderkleding wilde showen voor een reclameblaadje. Hij was toen al een bekend voetballertje hier, hé".
Het plakboek van Jos Vreven, één van de vele, is de stille getuige. Stijn als model, in die achterhaalde kleding uit de jaren tachtig. Mooie gestileerde foto's. Een guitig ventje met donkerblond haar. Nog zonder donkere manen. De scherpe contouren van de kaak zijn wel zichtbaar. Maar dat goedlachse ventje buiten het veld kan een duiveltje zijn erbinnen. Vraag het in Diepenbeek en ze roemen zijn 'donkere' kant. De wilskracht en hartstocht van Stijn Vreven worden geroemd, zegt Patrick Broux. "Stijn is het beroemdste exportproduct van Diepenbeek".
Hij is synoniem voor karakter. Stijn Vreven: "Dat heb ik van mijn moeder Marie-Paule. Ze is op late leeftijd - ik dacht dat ze een jaar of 30 was - met atletiek begonnen omdat ze last had van haar rug. Ze zat als naaister altijd gebogen over de machine. Inmiddels is ze al 15 keer Belgisch kampioene cross voor veteranen geweest en heeft ze het werelduurrecord op haar naam staan. Ik geloof iets van meer dan zeventien kilometer in zestig minuten. Die oerkracht, die wil, die heb ik van haar. Toen ik zes of zeven was zou ik twintig frankskes krijgen als ik vier kilometer meeliep. Na 500 meter zat ik stuk. Helemaal dood. Ma, zei ik, krijg ik nu toch die francs? Nee, zei ze onverbiddelijk. Toen ben ik doorgegaan. Ik ben vier keer gestorven, maar heb het gehaald".
Vreven, het winnaarstype. Niets en niemand ontziend. Het etiket van de schopper en drammer dat zijn zoon in Nederland krijgt opgespeld, daar kan Jos Vreven zich iets bij voorstellen. "Vroeger kon hij letterlijk van zich af slaan. Hier, kijk maar". Voor de gelegenheid heeft hij de videorecorder scherp gesteld op zelf gemaakte beelden uit 1988. Kleine Stijn in actie, als spits, in de derby tegen SV Rooierheide. We kijken naar een jochie. Paar turven hoog en een verbeten trek om de mond. Gek om er die forse back met lange zwarte manen in FC Utrecht-shirt in te zien. En deze Vreven, hoe klein ook, schuwt een duw, beuk of schop niet. Hij haalt - achter de rug van de scheidsrechter - het bloed onder de nagels van menig tegenstanders vandaan.
"Let op", zegt pa Vreven, "weldra komt het". Het is vol in beeld, een smerige tackle van achteren van een ongetwijfeld hevig gefrustreerd kuitenbijtertje. Stijn rolt over de grond, hoorbaar kermend. Een hevig opstootje is het gevolg. De camera zoemt in. Patrick Broux loopt het veld in en fungeert als politieagent. Vreven strompelt van het veld. Anno 2001 houdt Broux zijn toenmalige pupil nog de hand boven het hoofd. "Toen Stijn zich liet gelden was er al heel wat gebeurd. Dat heb je niet kunnen zien".
Jos Vreven lacht. "Stijn wil altijd winnen. Winnen en Vreven, dat hoort bij elkaar. Veelzeggend is een zinnetje in een oude schoolagenda die ik ooit stiekem las: 'Ik wil én zal profvoetballer worden'. Dat was alleszeggend. Het komt samen in het verhaal van de indiaan Geronimo, dat Stijn bij KV Mechelen onder ogen kreeg. Hij put er kracht uit. Buiten het veld is hij anders. Mijn zoon. Een heel zachtaardige jongen, een prachtkind. Hij heeft altijd geleefd voor voetbal".
Zelf kwam Jos Vreven, 60 inmiddels, niet verder dan het bedrijfsteam Rijpogem (Rijkswacht, Politie en Gemeentepersoneel). "Ik mocht vroeger niet voetballen van mijn moeder. Maar misschien geniet ik daarom nu des te meer. Ik volg Stijn overal. Ik heb dit seizoen alleen Heerenveen-uit gemist".
Diepenbeek VV is al jaren de toonaangevende club in het ongeveer 18.000 zielen tellende dorp. Stijns broer Marco staat er als mandekker nog steeds zijn mannetje. Twee Vrevens, ooit twee begenadigde spitsen, zijn nu twee verdedigers. De één in de Tweede Provinciaal, vergelijkbaar met het niveau van de derde klasse, de ander in de Nederlandse eredivisie.
Van spits naar verdediger, nog steeds krabt jeugdtrainer Broux zich achter zijn oren. "Vroeger viel hij als fantasieker, jongleur, niet uit de toon. Hij kon alles met een bal. Ik denk zelfs dat er niet veel zijn die zo'n crochet hebben als Stijn, die befaamde kapbeweging. Hij maakt 'm niet 'breed', maar kapt de bal naar achteren". Stijn zelf: "Ach, ik kon niet koppen en ben niet echt een technisch behendige speler. Ik moet het van mijn loopvermogen hebben. En ik heb een behoorlijke voorzet".
Jos Vreven leunt tegen een aftandse houten paal. In de verte ligt het spoorlijntje Hasselt-Bilzen. De vogels fluiten. Twee kilometer stroomopwaarts van de Demer voetballen de senioren van VV, onder wie zijn zoon Marco. Maar Jos is in gedachten bij Stijn. "Om hem te zien voetballen... Daar leef ik voor".