|
Home Vietnam Afrika Indonesie Brits-Indie Gastenboek Zoekmachine Vraagbaak
| |
I. Inleiding
II. Militaire carrière
III. President van Indonesië
IV Einde van presidentschap
Soeharto (1921- ), tweede president van Indonesië (1967- ), bezorgde het land
een ongekende groei in de economie en landelijke macht.
Hij is in een boeren familie opgegroeid in Kemusu, een dorpje in de buurt van
Yogyakarta in midden-Java (toen onder Nederlands beleid), met een moeilijke jeugd. Zijn
ouders scheidden al voordat hij twee jaar oud was, en hij werd opgebracht door
verscheidene opnieuw getrouwde ouders en door familieleden in andere dorpjes en steden
rond Yogyakarta.
Soeharto ging naar Javaanse scholen in de buurt, werkte een korte tijd in een dorpsbank,
en ging in 1940 het Nederlands koloniale leger in.
Terug naar
Boven
II. Militaire carrière
In 1942 was Soeharto al gepromoveerd tot sergeant. Dat jaar viel Japan Indonesië
binnen en bezette haar gedurende de Tweede Wereldoorlog. Gelovend dat samenwerking met de
Japanners de beste hoop voor eventuele Indonesische onafhankelijkheid bood, ging Soeharto
bij een door Japanners geleid legermacht en kreeg militaire training. Nadat Japan zich
overgaf en Indonesië zn onafhankelijkheid verklaarde op 17 augustus 1945, ging
Soeharto bij het pas opgerichte Indonesische leger en vocht in een vijfjarige oorlog tegen
de Hollanders, die probeerden om de macht weer te hergrijpen na de terugtrekking van de
Japanners. De Hollanders bezetten een groot gedeelte van Java in 1947 en Yogyakarta het
jaar erna. In maart 1949 vielen troepen onder Soehartos bevel de Hollanders in
Yogyakarta aan en heroverde de stad. De Hollanders stemden later dat jaar toe heel
Indonesië te verlaten, behalve West Nieuw Guinea (nu Irian Jaya).
Gedurende de volgende 15 jaar, promoveerde Soeharto geleidelijk steeds naar hogere ranken
in het Indonesische leger. In de vroege jaren 50 leidde Soeharto militaire operaties
om de opstand van moslims en Nederlands-geleide groepen in verschillende delen van
Indonesië te onderdrukken, en nam in 1957 de leiding van het centrale Javaanse leger
divisie. Soeharto werd generaal in 1960 en het volgende jaar leidde hij een militaire
operatie om West Nieuw Guinea te heroveren van de Hollanders. In 1963 werd hij aan de
leiding gezet van het legers strategisch commando, een speciale strijdkracht,
waakzaam gehouden voor nationale noodgevallen.
Terug naar
Boven
Tegen de mid- jaren 60 hadden zowel het leger als de Indonesische
Communisten Partij (Partai Komunis Indonesia, oftewel PKI) aanzienlijke macht verworven
onder het regime van de Indonesische president Soekarno. Toen en groep andersdenkende
pro-communisten leger en luchtmacht troepen in oktober 1965 probeerden de macht te grijpen
over de regering in Jakarta, de Indonesische hoofdstad, onderdrukte Soeharto hen met
succes. Hoewel hij op het moment niet de dominante militaire leider in Indonesië was, was
hij zn militaire concurrenten te slim af voor macht gedurende de succesvolle
maanden.
Het leger beweerde dat de PKI verantwoordelijk was voor de gevallen staatsgreep, en in
laat 1965 begonnen leger eenheden en moslim groeperingen communisten en hun aanhangers
verspreid over het hele land uit te moorden. In maart 1966 slaagde Soeharto er in
president Soekarno over te halen hem toestemming te geven de veiligheid en orde te
herstellen, die efficiënt de uitvoerende macht naar Soeharto verplaatste.
Terug naar
Boven
III. President van Indonesië
In 1967 benoemde het Indonesische parlement Soeharto uit tot president. In 1968 werd hij
verkozen tot volledig president door het parlement en werd hij achtereenvolgend herkozen
tot vijfjaar termijnen in 1973, 1978, 1983, 1988, 1993 en 1998. De Indonesische
constitutie beperkt niet het aantal termijnen dat een president mag dienen.
III. President van Indonesië
Van het begin af aan richtte Soeharto zich voornamelijk op nationale veiligheid,
hij nam een sterke anticommunistische standpunt aan in tegenstelling tot zijn voorganger
Soekarno. Soeharto zorgde dat de PKI en soortgelijke organisaties snel uit beeld verdwenen
en begon nu en dan andere organisaties en mensen die hij als een bedreiging zag te
onderdrukken. Hierbij zaten moslims die streefden naar een prominentere rol voor de Islam
in staten affaires, schrijvers die verlangden naar grotere artistieke vrijheid, en
politici die de vrijheid zochten om het publiek hun ideeën te voordragen.
Terug naar
Boven
Toen Portugal zijn koloniale heerschappij in Oost-Timor in 1975 beëindigde, mengde
Soeharto zich in het gevecht om macht in de regio.Het Revolutionaire Front voor een
onafhankelijk Oost-Timor (Fretilin), een linkse revolutionaire partij, nam uiteindelijk de
macht, en in december droeg Soeharto een invasie van de regio op, ruziënd dat een
onafhankelijk Oost-Timor onder Fretilin de eenheid van de Indonesische staat zou
bedreigen. Soehartos regering annexeerde Oost-Timor het jaar daarop.
Soeharto was ook bezig om de relaties met het westen te herstellen, welke vervaagd waren
onder Soekarno. Soeharto beëindigde de Indonesische vijandigheid jegens Maleisië, wiens
onafhankelijkheid Soekarno aanvoelde als een front voor continue Britse koloniale
activiteiten in de regio. Soeharto werd ook weer lid van de VN (verenigde naties), waar
Soekarno mee had opgebroken in 1965, toen Maleisië was verkozen tijdelijk lid.
Uiteindelijk zette Soeharto de diplomatieke banden, opgedrongen door Soekarno, met
communistisch China stop.
Met interne politieke stabiliteit vooral in de jaren 80, ging Soeharto de
Indonesische rol in de internationale politiek uitbreiden.
Hij zette de leidinggevende rol van het land voort in de ASEAN (Associatie van Zuidoost
Aziatische Naties), een regionaal economisch en politieke verbond dat Indonesië had
helpen oprichten in 1967. In de late jaren 80 en de begin jaren 90 probeerde
hij vrede te maken in Cambodja en hij normaliseerde de relatie met China. In 1992
beheerste Indonesië de Nonaligned Movement, een associatie van naties die niet specifiek
waren aangesloten bij een wereldmacht.
Terug naar
Boven
Economische ontwikkeling was een ander groot doel van Soehartos
presidentschap. Onder zijn bewind, ervaarde Indonesië een ongekende groei tijdens zijn
begin in de vroege jaren 70
.
Economisch succes resulteerde uit belangrijke buitenlandse investeringen en uit
economische verscheidenheid, wat verminderde dat het land afhankelijk was van olie en
landbouw. Soehartos regering ontwikkelde wegen en irrigatiesystemen en voerde
voedsel productie programmas in. De regering maakte ook sociale verbeteringen,
gezondheid, educatieve faciliteiten en familie projecten verbeterend. Hoewel de
meeste Indonesiërs genoten van grotere economische stabiliteit dan ooit tevoren, waren de
winsten van het land niet als gelijk verdeeld beschouwd, omdat Soehartos
familieleden en hun zakenpartners immens rijk werden.
Terug naar
Boven
IV Einde van presidentschap
Tegen 1997 beëindigde Soeharto zijn vijf-jarige ambtsperiode en
hij had geen aanwijzing gegeven dat hij overwoog om af te treden. Hoewel critici
regelmatig de vraag van opvolging opbrachten, slaagde Soeharto er altijd in het onderwerp
te ontwijken.
Hij maakte ook zeker dat zijn vice-presidenten altijd politici waren zonder een
aannemelijkheid om hem op te volgen.
In de tweede helft van 1997 begon de waarde van de Indonesische valuta te dalen, een
enorme crisis aangevend waarin inflatie opstijgde en werkeloosheid steeg. Onderhandelingen
met het IMF (International Monetary Fund) resulteerden in drie mogelijke oplossingen voor
de economie. Echter, deze oplossingen slaagden er niet in de internationale financiële
managers te overtuigen dat herstel mogelijk was. Deze managers maakten duidelijk dat ze
niet geloofden dat economische stabiliteit hersteld kon worden zolang Soeharto president
was.
In maart 1998 werd Soeharto verkozen tot zijn zevende termijn. Zijn kabinet benoemingen
meestal regeringsgetrouw, die onwaarschijnlijk zijn autoriteit uitdaagden of
druk zetten voor verandering veroorzaakten demonstraties door studenten strevend
naar democratische reformaties. In mei schoot de politie zes studenten neer bij een
demonstratie, wat twee dagen brandstichting en plundering in Jakarta opwekte, waarin
ongeveer 500 mensen de dood vonden. Oppositie tegen Soehartos bewind verspreed naar
veel politici en publieke leiders die hem voordien steunden. Op 21 mei legde Soeharto zich
neer door de druk en trad af. Zijn vice-president, B. J. Habibie, volgde hem op als
president van Indonesië.;
Terug naar
Boven
Habibie, derde president van Indonesië

Ga naar Toespraak aftreding Soeharto
Terug naar
Boven
|