Homepage
Croisade contre les stupéfiants
HomepageMijn foto albumMijn samenvattingMijn hobbiesFavoriete links
Homepage


klik op kop van marx





Het fiasco van 25 jaar gedoogbeleid Tekst KRO-Netwerk-TV Nederland - Zondag 12-3-2000 - 20.30 uur (Opgetekend door P. Huurman, Rotterdam) Wat is het nettoresultaat van die politiek van 25 jaar gedoogbeleid? Wel, een jubileumfeestje zit er niet in, als je naar de feiten kijkt... een dwarse blik op de gevolgen van onze tolerantie. Reporter-collega's Mark Joosten en Margo Smit tekenen voor de reportage. C. Steinmetz, onderzoeker: Met de manier waarop het gedoogbeleid is ingericht, heeft Neder­land er eigenlijk voor zorggedragen dat criminelen een fantastische kans hebben gekregen om te handelen. Otto Vos, VVD-IRT-enquête-commissielid: Ik denk dat men dat niet graag wil horen. Maar het is wel een realiteit. Larry Collins, publicist: You have turned yourself into the drug capital of Western Europe. J.Walburg, directeur Jellinek: Internationaal kunnen we natuurlijk ook niet meer gezaghebbend meepraten. Netwerk: Hoeveel drugstoeristen Nederland ieder jaar trekt, is niet duidelijk, maar dat het er veel zijn, staat vast. Amsterdam, toeristische attractie nummer 1 van ons land, telt vandaag de dag 210 coffeeshops en 75 hashcafé's. Nederland vindt van zichzelf dat het volwassen omgaat met softdrugs. Wetenschappers en ambtenaren zijn er zelfs ronduit trots op. P. Cohen, Universiteit van Amsterdam: Gedogen vind ik een voortreffelijke wijze van omgaan met een probleem, waar je nog niet helemaal weet hoe dat in de toekomst gaat lopen, doordat het mensen niet in de gevangenis doet belanden, zo weinig mogelijk, op school houdt, en over het algemeen problemen die er in de maatschappij bestaan, verzacht. Netwerk: Toch is er een probleem, en dat wordt in Nederland zelden belicht. Met het gedogen van softdruggebruik zijn er ook uitwassen ontstaan. Nederland als producent nummer 1 van XTC. Nederland als kwekerij van uitstekende wiet. Nederland als doorvoerhaven voor goed­kope heroïne en cocaïne. Criminelen worden schatrijk van de handel. Larry Collins: I think the heart of the problem is that - let's say - the coffeeshoppolicy and the softdrugpolicy has engendered a wider framework of tolerance and leniency towards other drugs, towards particularly cocaine, heroine and XTC. Netwerk: Dit is Larry Collins, auteur van diverse boeken over drugs. Vorig jaar publiceerde hij een ontnuchterend portret van het Nederlandse drugsbeleid. Hij deed dat in het gezaghebbende blad Foreign Affairs. Larry Collins: 80 % of the heroine that we seized in the United Kingdom in 1998 either was transited via Holland or was warehoused here before it arrived. 80 % of the heroine seized in France was routed down from Holland. The British customs estimate that 95 % of the XTC-tablets, consumed in the UK, came out of Holland, were manufactured here. The French set that figure at 73,6 %. That's why you are the drugs capital of Western Europe. Netwerk: Collins’ bevindingen worden aan Nederlandse kant met verontwaardiging ontvangen. Vanuit Washington laat zelfs Hare Majesteit's ambassadeur zijn ongenoegen blijken. Hij reageert in hetzelfde Foreign Affairs als volgt. Foreign Affairs: Het artikel van Collins was niet bedoeld om een serieus debat te bevorderen. Het was een te eenvoudige polemiek over een probleem dat het verdient op basis van juiste informatie behandeld te worden. Larry Collins: Foreign Ministry - I was told - was just enraged and sent it out to all the embas­sies saying: You must do something to stop this terrible propaganda against our enlightened drug program. So I think he was sieved by the authors in The Hague: Get a letter of Foreign Affairs tomorrow. Netwerk: En ook van de drugsonderzoekers van de Universiteit van Amsterdam komt een reactie in Foreign Affairs. UvA: Collins’ argumenten zijn meestal overdreven, misleidend of ondeugdelijk. Netwerk: Het tolerante Nederlandse drugsbeleid, Nederlands trots, maar ook Nederlands Achilleshiel. Wat heeft 25 jaar gedogen ons opgeleverd? Dit is een professionele hennepkwe­kerij ergens in ons land, zoals er zoveel hennepkwekerijen zijn, verspreid over Nederland. De productie van Nederwiet, een populaire drug in binnen- en buitenland: de naam zegt het al: uitsluitend gekweekt in Nederland. In alle andere landen van Europa in het telen van wiet verboden. Hier ook, maar hier knijpen justitie en politie een oogje toe. Dit is Jaap de Vlieger, hoofd van de Rotterdamse narcoticabrigade. Jaap de Vlieger: Ik ben zelf voorstander van: Stop nou gewoon eens een keer met dat gedoog­beleid. Het is het meest vreemde wat we maar hebben, want het houdt in dat je er dus met elkaar niet uitkomt. Duidelijkheid laat te wensen over. We zouden met elkaar moeten zeggen: Nou is het over met gedogen: we zeggen "ja" of "nee". Netwerk: En dit is Rob Hessing, vroeger hoofdcommissaris in Rotterdam. Tegenwoordig zit Hessing in Parijs, op de Nederlandse Ambassade. Hij kweekt daar begrip voor ons drugsbeleid, maar ook hij concludeert: Hessing: Gedogen: dat lijkt heel plausibel, maar er zitten grote gevaren aan, omdat je op den duur niet meer weet wat je gedoogt. Je beheerst volstrekt de situatie niet meer. Netwerk: 1976. Het begin van het gedoogbeleid. Drugsgebruik is niet langer strafbaar, en softdrugs kunnen gewoon in jongerencentra worden gekocht. Doel: jongeren die softdrugs gebruiken, weghouden uit de harddrugsscene. Dat principe heet: de scheiding van markten. T. Blom, Erasmus Universiteit Rotterdam: Scheiding van markten: als doel wil dat zeggen: je gedoogt de kleinschalige handel in softdrugs, in cannabis, en in marihuana, terwijl je de andere markt, die van harddrugs, heroïne, cocaïne, XTC, met alle mogelijke juridische middelen bestrijdt. Netwerk: PvdA-minister Vorrink is dan verantwoordelijk voor de Volksgezondheid. Ze is de moeder van Koos Zwart, destijds een roemruchte VARA-radioman: Koos Zwart: Er is nog steeds een enorme sfeer van illegaliteit. Het is nog steeds mogelijk dat allerlei mensen serieus verklaren dat achter het hele druggebruik van Nederland de maffia zitten of de Chinezen. T. Blom, Erasmus Universiteit Rotterdam: Belangrijk is dat op een belangrijk ministerie... Volksgezondheid... een nieuwe minister aantreedt, Irene Vorrink, en Irene Vorrink heeft een beroemde zoon, Koos Zwart, en Koos Zwart was in die tijd degene, die beursberichten op de radio uitzond, en waarin-ie aangaf, wat de straatprijs was voor allerlei vormen van cannabis, van wiet, van marihuana, op de markt in Amsterdam. En ik kan me toch niet geheel aan de indruk onttrekken dat hij een belangrijke invloed heeft gehad op de zienswijze van zijn moeder, toen minister van Volksgezondheid, en dus als eerste verantwoordelijk voor het drugsbeleid. Netwerk: Doel van Vorrinks politiek: het tegengaan van harddrugsgebruik onder jongeren. Maar is die politiek geslaagd? Cijfers van het Trimbos-instituut, hét adviesorgaan van Volks­gezondheid: over heroïnegebruik onder scholieren in 1997: Het gebruik onder scholieren in Nederland is gemiddeld 1%. Maar dan: de harddrug cocaïne: daarvan gebruikt de Nederlandse scholier op één na het meeste ter wereld, na Amerika, namelijk: 4 %. Verder: amfetamine. Na Engeland en de Ver.Staten kent Nederland de meeste schoolgaande amfetaminegebruikers: 8 %. Tot slot: de populaire harddrug XTC. Daarin is de Nederlandse jongere, na Ierland, de nummer 2 gebruiker in de wereld, met 8 %. J. de Vlieger, Rotterdam: Als je kijkt naar het 8%-gebruik van jongeren, onder de jongeren van XTC, en de 4%-jongeren die cocaïne gebruikt, dan zijn dat cijfers, waar we ons best van achter de oren mogen krabben. Netwerk: De cijfers van het Trimbos-instituut worden ondersteund door cijfers van het Euro­pees Drugcentrum in Lissabon. Maar er is één groep mensen die niets wil weten van kritiek op het drugsbeleid. Dat zijn de voorstanders van het helemáál vrijgeven van drugs. Netwerk: Dit is Peter Cohen, drugsonderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam. Al 20 jaar weegt zijn mening zwaar bij het Ministerie van Volksgezondheid. Hij vecht zo'n beetje als enige de onderzoeksmethoden van het Trimbos-instituut aan, en dus ook de cijfers, die hij ideologisch gekleurd vindt. P. Cohen: Die zijn, voor zover men denkt dat ze over de Nederlandse bevolking gaan, mislei­dend. Netwerk: Kunt u zich voorstellen dat anderen een zelfde vorm van kritiek op uw cijfers dan zullen hebben? Cohen: Nee. Netwerk: Dat gebeurt ook niet? Cohen: Nee. Netwerk: Bij Cohen geen twijfel over het drugsbeleid. Er is nog een ander aspect: stilzwijgend ging de Overheid er steeds van uit dat cannabis niet of nauwelijks schade toebrengt aan de gezondheid. en de vraag is: Waarop stoelt Nederland die wetenschap? J. Walburg, directeur Jellinek: Er is heel weinig onderzoek naar de werking van cannabis en naar de gevolgen van verhoging van het werkzame bestanddeel THC in cannabis, waardoor we eigenlijk ook niet precies weten wat de consequenties zijn van die nieuwe vormen van canna­bis, die op de markt komen. Er is heel weinig onderzoek naar de relatie tussen psychiatrische problematiek en cannabisgebruik, eigenlijk allemaal zaken, die we ontzettend hard nodig hebben om te weten wat het betekent om cannabis te tolereren in een maatschappij. Netwerk: Hoe zou het komen dat er zo weinig onderzoek naar gedaan is? Walburg: Ja, het probleem wordt niet als zodanig ervaren, wordt niet als zodanig benoemd, en je doet geen onderzoek naar problemen die je niet als zodanig ervaart of wenst te benoemen. Netwerk: Maar u zou wel graag zien dat het gedaan wordt, dit soort onderzoek? Walburg: Ja, het is absoluut noodzakelijk, niet alleen voor onszelf, maar ook voor onze positie tegenover het buitenland, die iedere keer in gevaar komt omdat we zo angstig en terughoudend rapporteren over de gevolgen van de liberale hantering van de wet rondom cannabis. Netwerk: Ook deze vraag om meer onderzoek van onder meer Jellinek, het instituut voor verslavingszorg, valt niet goed bij de voorstanders van een vrijer drugsbeleid. P. Cohen: Kijk, in Nederland spreken de deskundigen op het terrein van drugs elkaar allemaal tegen. Je weet ook precies wat mensen gaan zeggen als ze in dat verslavingswereldje zitten. Dan is er nooit genoeg bekend, en dan zijn er allerlei problemen die nog moeten worden onderzocht. Netwerk: En de Jellinek is dat verslavingswereldje? P. Cohen: En de Jellinek is natuurlijk een grote luchtballon, die drijft op de atmosfeer van deze probleemperceptie. Netwerk: Om welke drugsonderzoekers het ook gaat, Cohen lijkt alleen zichzelf te vertrou­wen. Netwerk: En toch, meneer Cohen, iedereen die zich in Nederland met drugsproblematiek bezighoudt, die deugt volgens u niet, Jellinek deugt niet, Trimbos deugt niet, Jaap de Vlieger deugt niet... Cohen: Politie deugt niet, justitie deugt niet, ze hebben allemaal ongelooflijk veel boter op hun hoofd. Netwerk: De onwankelbare overtuiging van Cohen ten spijt, de conclusies zijn helder: jongeren in Nederland gebruiken net zo veel harddrugs als elders, en naar softdrugs doet Nederland amper onderzoek, omdat ze niet als probleem worden beschouwd. Dan... de handel in drugs: daarover zegt de regering bij het begin van het gedoogbeleid in 1976 helemaal niets. Men laat de handel in softdrugs over aan huisdealers in het jongerencentrum, zonder winstoogmerk. T. Blom: Als we even terug gaan naar de tijd in de 60-70'er jaren, toen waren er veel jongeren­centra, en dat stelde men zich eigenlijk voor ogen, dat binnen een jongerencentrum één huisdealer zou worden aangewezen, die de alleenverkoop, maar dan kleinschalig, van dit soort middelen kreeg, waar mensen binnen die setting konden gebruiken, waar hulpverleners vrij toegang hadden, en met name kleinschalig, alles kleinschalig, en eigenlijk gerund door mensen, die het beste vóórhadden met de jeugd, en vanuit eigenlijk ideële motieven bezig waren. Netwerk: Dacht men niet na over het idee van dat er ook flink in gehandeld zou kunnen worden? T. Blom: Ik heb dat in ieder geval nergens in enig stuk ook maar gezien dat men toen al de idee had dat dit wel eens een commerciële business zou kunnen worden, nee, daar dacht men toen op geen enkele manier aan. Hessing: En dat is geworden tot een fenomeen waarvan wij altijd gezegd hebben dat we het gedoogden, maar we gedoogden in het begin dus jongerencentra, vervolgens gedoogden we het feit, dat criminelen zich hiervan meester gingen maken en er geld aan gingen verdienen, en vervolgens gedoogden we bijna de totstandkoming van de georganiseerde criminaliteit. Netwerk: Van het gedogen van softdrugs is alleen de zware criminaliteit beter geworden... zegt dus de man die ons drugsbeleid in Frankrijk moet verdedigen. En Nederlandse politiemen­sen denken er net zo over. J. de Vlieger: Je moet ervan uitgaan dat sinds 1976 de opsporing en vervolging van hennepproducten een lage prioriteit hadden bij politie en justitie, ingegeven natuurlijk door onze bazen, in dit geval door justitie. Er waren andere prioriteiten, er waren andere, gevaarlijker stoffen, waar we onze aandacht aan besteedden... J. de Vlieger: Zoals heroïne, cocaïne, en dergelijke. En dan zie je natuurlijk dat criminele organisaties tot wasdom zijn gekomen juist op die gebieden en met die producten waar de politie en justitie weinig aandacht aan besteedden. Hessing: Men ging er aan verdienen, en toen men dat zag, waren er organisaties die dachten: Daar kunnen we nog veel meer geld aan verdienen. Dan gaat men het professionaliseren, dan wordt een jongerencentrum een coffeeshop, en dan loopt het langzamerhand verder weg. Netwerk: Tot aan de Bruinsma's, de Hakkelaars, de Zwolsmans toe. Hessing: Ja, ja. Netwerk: Steenrijk zijn ze er van geworden, de criminele organisaties, van onder meer het leveren van voorraden softdrugs aan coffeeshops. Officieel is het verboden, maar in de praktijk treden politie en justitie nauwelijks op tegen die bevoorrading. Dit heet in vaktaal: het tolereren van de illegale achterdeur van de coffeeshop. Hessing: Het blijft ook voor mij buitengewoon moeilijk die voordeur- achterdeurproblematiek uit te leggen. Dan moet ook ik een geweldige spagaat maken, dat is pijnlijk. Toen ik hier kwam, heb ik ook nagedacht: waar zal ik over gaan praten? Ga ik nu over drugs praten, dan ben ik gauw uitgepraat, dan graaf je jezelf maar in een schuttersputje, en ga je vanuit de verdediging een positie opbouwen die tot weinig leidt. Ik ben over veiligheid gaan praten, veiligheid in algemene zin, en dan kom je vanzelf op de problematiek van de drugs. Netwerk: Het buitenland begrijpt ook niet dat drugshandel hier relatief licht wordt bestraft. En Justitie weet dat het een probleem is. De Openbare aanklager tijdens Hakkelaar proces 1997: Als deze samenleving wenst dat de georganiseerde misdaad en de georganiseerde groothandel in drugs effectief wordt bestreden, en vindt dat daarmee tevens het Nederlandse drugsbeleid in stand kan blijven, en voor het buitenland aanvaardbaar kan worden, dan zal er snel iets moeten gebeuren aan de wettelijke strafmaxima. Netwerk: Het zijn dus allemaal geen nieuwe inzichten. Onderzoekers zijn al een aantal jaren geleden met dergelijke signalen gekomen. C. Steinmetz, onderzoeker: Ik heb begin '95 een opdracht gekregen van het ministerie van justitie om in kaart te brengen hoeveel geld er omgaat in de softdrugswereld. Dan heb ik het in principe over hasjiesj en marihuana. Netwerk: Wat was de uitkomst van dat onderzoek? Steinmetz: Voor mij was de uitkomst verrassend. Daar bleek eigenlijk uit dat Nederlanders geen rokers zijn, maar meer handelaar zijn, dus de kern van de uitkomst was: er gaat een bedrag om van grofweg 19 miljard, per jaar, en aan het roken gaat er niet meer op in Neder­land als 0,8 miljard. Netwerk: Na publicatie blijkt vooral het ministerie van volksgezondheid ongelukkig met de cijfers van Steinmetz. Steinmetz: Als ik vrijuit zou mogen spreken, dan is er eigenlijk niets gebeurd met het onder­zoek. Verder heb ik gemerkt dat deze gegevens bij volksgezondheid niet erg welkom waren, omdat... het ministerie... want ja, die staan eigenlijk voor de volksgezondheidsaspecten, en om die reden hebben ze toentertijd ook royaal meegewerkt aan het gedoogbeleid... zorgen dat mensen kunnen roken in een zekere legale sfeer, maar hebben zich daarmee niet gerealiseerd dat ze mogelijk ook de aanstichters zijn van - laten we zeggen - criminele handel. Netwerk: Het ministerie van volksgezondheid mede verantwoordelijk voor de groei van zware criminaliteit? Directeur-generaal P. Pennekamp, hoogste ambtenaar op het terrein van drugsbe­leid, wil er niet van weten. Drugs en criminaliteit gaan toch immers overal samen? Pennekamp: Ik denk dat het zo is dat je op allerlei plaatsen allerlei vormen van georganiseerde misdrijven tegenkomt op het terrein van de drugs, zowel in Nederland, een land met een gedoogbeleid, als in een land als Zweden. Netwerk: De 10 jaar geleden vermoorde Klaas Bruinsma, alias de dominee. Etienne U., zijn opvolger. Johan V., alias de Hakkelaar, en oud- autocoureur Charles Zwolsman: ze hebben allen één ding gemeen: ze zijn groot geworden van de handel in softdrugs. Om deze criminelen toch aan te pakken, richt de politie begin jaren '90 een speciale eenheid op, het IRT, en in een poging greep te krijgen op deze grote handelaren, laat het IRT grote hoeveelheden softdrugs en ook harddrugs het land binnenkomen, en dat mag niet van de wet. Hessing: Begonnen in de sfeer van jongerencentra, daarna steeds crimineler, het gedogen van gebruikers aan de ene kant blijven volharden, 20 jaar hetzelfde beleid blijven voeren, het zelfs ook nog progressief vinden, zonder dat daar vernieuwing bijkomt, en de politie en justitie aan de andere kant, de keerzijde van de medaille, met alle inspanningen laten bestrijden, dat heeft tot een geweldige botsing geleid, en dat is de IRT-affaire geworden. Netwerk: Er komt een parlementaire enquête, en misschien wel de meest roemruchte van de voorbije eeuw, onder leiding van de PvdA-er Van Traa doet de enquêtecommissie een maan­denlang onderzoek naar de infiltratietechnieken van de politie. Van Traa: Als het om redenen van geloofwaardigheid noodzakelijk is om hash het milieu in te laten gaan, dan ben ik akkoord. Netwerk: Alleen de politie komt in het beklaagdenbankje, en niet de Overheid, en dat is opvallend, want het is de Overheid, die met zijn gedoogbeleid de zware criminaliteit de kans heeft gegeven om groot te worden. Maar vrijwel niets daarover in het eindrapport van de commissie Van Traa. Ten onrechte, vindt het VVD-lid van die commissie, Otto Vos. Hij heeft - naar nu pas blijkt - dat, samen met Koekkoek, wel geprobeerd. Otto Vos: De commissie Van Traa heeft aandacht besteed aan de relatie tussen het softdrugs­beleid en het ontstaan van de criminaliteit in Nederland. Daarbij is vastgesteld dat, doordat in de jaren '70 en '80 de hasjhandel ongemoeid is gelaten, daardoor in grote mate georganiseerde criminaliteit is ontstaan. Het minderheidsstandpunt van zowel Koekkoek en mij was erop gericht dat prominent in het rapport tot uitdrukking te brengen. Netwerk: Waarom is dat niet gebeurd? Otto Vos: Dat stuitte op bezwaren van een aantal andere leden van de commissie, waaronder Maarten Van Traa. Netwerk: We hebben professor Koekkoek van het CDA gebeld, en hij bevestigt de conclusie van Otto Vos. Otto Vos: De conclusie dat gedoogbeleid geleid heeft tot zware vormen van criminaliteit, is heel summier in het rapport van de commissie Van Traa terechtgekomen. Netwerk: Het heeft ook weinig aandacht gekregen bij het grote publiek. Hoe verklaart u dat? Otto Vos: Het softdrugsbeleid heeft een hoge ideologische lading in Nederland. En als dan wordt vastgesteld dat tussen het softdrugsbeleid en het ontstaan van georganiseerde criminali­teit een directe relatie bestaat, is het heel pijnlijk om dat te ondervinden, vast te stellen. Dus ik denk dat men dat niet graag wil horen. Maar het is wel een realiteit. Netwerk: Heeft men de onderliggende discussie, denkt u, niet aan gewild? T. Blom: Daar heeft het alle schijn van... dat men die uitgangspunten, die al vanaf de 70-er jaren in ons beleid vastliggen, niet opnieuw ter discussie heeft willen stellen. Steinmetz: Dus eigenlijk in een soort van korte schets samengevat zou je kunnen zeggen: Met de manier waarop het gedoogbeleid is ingericht, heeft Nederland er eigenlijk voor zorggedra­gen dat criminelen een fantastische kans hebben gekregen om te handelen. Netwerk: Vindt u dan ook dat het buitenland gelijk heeft in z'n kritiek op het Nederlandse softdrugsbeleid? Steinmetz: Ja, want die ontdekten natuurlijk ook langzamerhand dat alle lijntjes via Nederland liepen, direct via Nederland, of via - laten we zeggen - Nederlandse organisaties in het buiten­land werkten. Netwerk: 25 jaar gedoogbeleid: Nederland heeft niet minder jonge harddrugsgebruikers dan landen die niet tolereren. Wel een prominente plaats in de handel van alle soorten drugs, en een grote aantrekkingskracht op drugstoeristen uit de hele wereld. Toch beroept Nederland zich nog altijd op zijn voortrekkersrol. Maar geen land ter wereld neemt ons drugsexperiment nog serieus. Hessing: Ik denk dat we ons dat zelf ook wel mogen verwijten. We hebben onszelf heel lang voorgestaan op ons zogenaamde zeer progressieve beleid, maar daartegenover kun je ook stellen, dat we eigenlijk in de jaren '70 en '80 ook stil zijn blijven staan. J. Walburg (Jellinek): Internationaal kunnen we natuurlijk ook niet meer gezaghebbend meepraten, want ze denken iedere keer: Ja, je kunt wel mooi praten, maar bij jullie worden wel drugs geproduceerd, en onze kinderen gaan naar jullie toe om drugs te kopen... dat soort zaken. Dus ik bedoel: dat maakt natuurlijk ook een beetje dat onze initiatieven muurvast zitten. En daarom zeg ik ook: we moeten proberen om, als we een initiatief nemen, om partners te vinden in Duitsland, of in Frankrijk, of in België, want in ons eentje hoeven we echt niet aan te komen met argumenten voor de verandering van het drugsbeleid. Netwerk: Het heeft 25 jaar gekost om openlijk het zo heilige gedoogbeleid te bekritiseren. Het beleid dat jongeren niet van de harddrugs heeft afgehouden. Het beleid dat criminele organisa­ties miljarden rijker heeft gemaakt. Netwerk: Je hoort wel eens zeggen: de ideologieën zijn verdwenen. Maar als je kijkt naar de discussie over het drugsbeleid, dan krijg je de indruk dat cijfers en feiten kennelijk minder tellen dan ideologische opvattingen.





klik op marxkop




Voer je HTML code in




Neem contact met mij op



Persoonlijk dagboek - Mijn laatste nieuws
21 Sep, 2001 - 14:00

Je kunt over een gebeurtenis in jouw leven schrijven of over een nieuwe update van jouw website

14 Okt, 2001 - 18:45

Je kunt over een gebeurtenis in jouw leven schrijven of over een nieuwe update van jouw website