IJSLANDSE HERDERSHOND
FCI standaardnr. 289A
In de Engelse literatuur van het jaar 1570 wordt de IJslandse herdershondhond reeds vermeld, vermoedelijk als gevolg van het scheepvaartverkeer tussen beide landen, maar de hond is
waarschijnlijk vanuit Noorwegen met de kolonisatie in de 9e eeuw naar Ysland gekomen.
De IJslandhond is een spitshond iets onder de gemiddelde grootte met een intelligent, toegewijd en trouw karakter alsmede een blijmoedig temperament.
De eerste standaard werd door Denemarken in 1898 opgesteld en voor het laatst herzien in 1987.
De vacht komt in twee variëteiten voor: middellang- en langharig. Alle kleuren zijn toegestaan, maar aan één overheersende kleur wordt de voorkeur gegeven.
De schofthoogte
voor de reu: 42-48 cm
voor de teef: 38-44 cm
In Nederland ca. 250 exemplaren.
FÉDÉRATION CYNOLOGIQUE INTERNATIONALE (F.C.I.) SECRÉTARIAT GÉNÉRAL: 14, rue L‚opold II - 6530 THUIN (Belgique)
No.289 a 24 Juni 1987
STANDAARD: YSLANDSE HERDERSHOND
THUISLAND: Ysland
ALGEMENE VERSCHIJNING:
De Yslandse Herdershond is een typische Noordelijke Spitshond met rechtopstaande oren en een gekrulde staart. Van opzij gezien terwijl hij staat is de hond rechthoekig, langer dan hoog, de verhouding hangt van de individuele harmonie af. Er zijn twee soorten vachten, maar in alle gevallen dik en effectief waterafstotend. De Yslandse herdershond is levendig, vriendelijk, onderzoekend en moedig. De gelaat is tevreden, veelvuldig lachend en de oren zeer beweeglijk. Het gangwerk is levendig, vrij en gemakkelijk, en het ras heeft een zeer groot uithoudingsvermogen. De hond heeft een uitgesproken herdersinstinct maar is geen verwoed jager. Het is dus een byzonder goede herdershond, en een uitstekende waker zonder fel te zijn. Er is een duidelijk verschil in verschijning tussen de geslachten.
HOOFD:
Breed tussen de oren en een enigszins gewelfde schedel. De stop is duidelijk uitgesproken maar mag niet nadrukkelijk zijn. De wangen vlak. De neusbrug en de schedel moeten, van opzij gezien, zo evenwijdig mogelijk zijn. De snuit is tamelijk kort, gelijkmatig toelopend naar de neus, van boven zowel als van opzij gezien. De neusspiegel moet goed ontwikkeld zijn. Gesloten lippen. De kleur van de lippen en de snuit zal zwart zijn behalve bij chocolade bruin en lichtbruine honden bij wie bruin is toegestaan.
OGEN:
De ogen zullen van gemiddelde grootte zijn en amandelvormig. De kleur zal donker zijn. Geel is niet aanvaardbaar. De oogleden moeten zwart zijn behalve in het geval van chocoladebruine en lichtgekleurde honden, die mogen bruin zijn. De uitdrukking is levendig, intelligent en zonder vrees.
OREN:
Stevig en rechtopstaand, driehoekig, breed aan de basis, zeer beweeglijk, gevoelig reagerend op geluiden.
GEBIT:
Schaargebit
HALS:
Van gemiddelde lengte, sterk, gewelfd, droog (zonder enige losse huid) Het hoofd moet hoog gedragen worden.
LICHAAM:
Het lichaam moet rechthoekig zijn, sterk maar niet grof. De borst moet diep zijn met veerkrachtige ribben. Het kruis is kort en rond, de lendenen gespierd en licht opgetrokken.
VOOR- EN ACHTERBENEN:
De voorbenen moeten recht zijn, gespierd en droog. Goed gehoekt voor een vrije beweging in front. Hubertusklauwen mogen aanwezig zijn. De achterbenen moeten sterk zijn, gespierd en goed gehoekt teneinde een goede vrije en stuwende actie te bewerksteligen. Hubertusklauwen zijn verplicht, dubbele Hubertusklauwen zijn gewenst.
VOETEN:
De voeten moeten ovaal zijn, met goed gesloten tenen en goed ontwikkelde voetkussens.
STAART:
Hoog gedragen, goed gekruld en dicht behaard.
GANGWERK:
tijdens het voortbewegen vertoont de hond een beeld van duurzaam uithoudingsvermogen, beweeglijkheid en snelheid.
VACHT:
Er zijn twee variëteiten: a) middellang:
Bovenvacht van gemiddelde lengte met een dikke en zachte ondervacht, kort op de oren en voorzijde van de benen, maar langer op de hals, borst, schoft, het bekkengebied en de staart.
b) langhaar:
Bovenvacht van goede lengte terwijl de ondervacht dik en zacht is. Op het hoofd en voorzijde van de benen is de vacht kort maar lang achter de oren en op de hals, borst, het bekkengebied en achterzijde van de voorhand. De vacht van de staart is zeer overdadig.
KLEUR:
Alle kleuren zijn toegestaan, maar aan één overheersende kleur wordt de voorkeur gegeven. Witte bles en witte markeringen op borst, punt van de staart, benen en tenen komen veelvuldig voor en mogen nietnegatief beoordeeld worden.
HOOGTE:
Reuen: 42-48 cm, teven: 38-44 cm.
De lengte van het lichaam is iets groter dan de hoogte van de schofthoogte.
FOUTEN:
Iedere afwijking van deze standaard is een fout, en zal beoordeeld worden in verhouding met de totaal indruk. A-typische afwijkingen in het ras en onregelmatigheden zijn diskwalifiserend.
OPMERKING:
Reuen moeten twee duidelijk normale testikels hebben, die volledig in het scrotem zijn ingedaald.
Goedgekeurd in Jerusalem door de Algemene Vergadering op 23 en 24 Juni 1987