Lutma en aanverwante goudsmid-families te Amsterdam (17e eeuw)
De Bie, Van der Hoeven, Verheyck

© Flip ten Cate, 2000
Laatst bijgewerkt: 30 november 2000

Ooit was Judith ten Cate (Hendriksdochter) getrouwd met Guiliam de Rijck. Deze 'wijd beroemde oculist' of oogheelkundige, woonachtig op het Oudekerksplein in Amsterdam, had als één van zijn patienten Johannes Lutma, de beroemde goudsmid en vriend van Rembrandt, en een andere patient was Dirk Pietersz. Pers - boekdrukker en vriend van Vondel. Beide heren verklaarden voor een notaris door De Rijck van blindheid te zijn genezen - kennelijk een reclame-actie van de oculist.

Dit gegeven was de aanleiding voor een genealogisch onderzoek naar Johannes Lutma. Tot mijn verrassing bleek Lutma met uiterst complexe familiebanden verbonden te zijn met een groepje notabele Amsterdammers, veelal ook goud- en zilversmeden, maar ook met een professor van de Academie, het hoogste onderwijs dat destijds in Amsterdam genoten kon worden (bij gebrek aan Universiteit).

Hieronder volgt een (nog gebrekkig) overzicht van de gegevens die ik in Amsterdam over de verbintenissen van Johannes Lutma heb verzameld. Ik heb overigens nergens een aanwijzing kunnen vinden over de gevolgen van zijn 'blindheid' voor de kwaliteit van zijn werk.


1. Lutma

In de zeventiende eeuw komen in Amsterdam slechts een beperkt aantal Lutma's voor in de kerkregisters, belastingboeken en notariële acten.

Ik trof de volgende Lutma's aan:

1. Joost Lutma, zilversmid. Geboren ca. 1602. Hij legt in 1625 getuigenis af in verband met de diefstal van een mantel, die door twee vrienden van Lutma is gepleegd. De mantel is voor een bedrag van vier gulden ondergebracht bij de bank van lening in Haarlem. Verder figureert Lutma in een notariële acte uit 1632 als 'zegelsnijder voor een goudleermaker', een acte die ook door de beroemde Johannes Lutma wordt ondertekend - hetgeen op zijn minst een familierelatie suggereert. Tenslotte legt Joost Lutma in 1663 de eed af op de nieuwe ordonnantie van het goudsmidsgilde, waarin het Amsterdamse gilde belooft voortaan naast de eigen kenmerken ook het landswapen als zilvermerk te gebruiken.

2. Hester Lutma. Zij is slechts eenmaal aangetroffen, namelijk als doopgetuige in 1624, bij de doop van Johannes Lutma junior.

3. Albert Lutma. Wordt in een notariële acte uit 1679 vermeld als koopman in Hamburg.

4. Jan Lutma. Staat vermeld op een lijst van leden van het goudsmidsgilde uit 1663. Aangezien op deze lijst ook Johannes Lutma senior en junior voorkomen, gaat het hier om een derde naamgenoot. Ik ben hem verder niet tegengekomen.

Tenslotte de familie van de beroemde Lutma:

   5.     Johannes Lutma, geb. Groningen of Embden ca. 1585, begraven Amsterdam (Oude Kerk) 29-1-1669. Beroemd goud- en zilversmid, vriend van Rembrandt en door deze geschilderd en geëtst. Door Guiliam de Rijck van blindheid genezen. Eigenaar van een huis in de Nes, op de hoek van de Pieter Jacobsstraat (in de achttiende eeuw is in dat pand een apotheek gevestigd).
   Ondertrouwt Amsterdam 31-3-1623 met Maaijken Roelants,   Zij is gedoopt Amsterdam 12-1-1592, begraven Amsterdam 28-12-1634. Dochter van Francois Roelants en Maaike Pas.
   Lutma ondertrouwt 2e Amsterdam 18-5-1638 met Sara de Bie  gedoopt Amsterdam 23-12-1596, begraven Amsterdam 19-8-1666. Weduwe van Hendrik Quickelberg. Dochter van Alexander de Bie en Elisabeth Dyens.
Over Roelants en De Bie   volgt verderop meer. Hendrik Quickelberg is zilversmid (en neemt als zodanig in 1620 tegen een vergoeding van f 45,- per jaar een leerling in dienst) in Amsterdam en later schout in Diemen. Hij trouwt met Annetje Adams en hij hertrouwt (ondertrouw Amsterdam 9-2-1629) met Sara de Bie. Van kinderen Quickelberg is mij niets gebleken.

Kinderen van Johannes Lutma en Maaike Roelands:
a.  Johannes Lutma, gedoopt Amsterdam 1-9-1624, begraven Amsterdam 11-11-1689. Beroemd goud- en zilversmid. Herhaaldelijk deken van het goudsmidsgilde en namens het Amsterdamse gilde onderhandelaar over nieuwe regels in Den Haag. Hij blijft ongehuwd.

b. Francoys Lutma, gedoopt Amsterdam 14-6-1626, begraven Amsterdam 16-10-1664. Zeer waarschijnlijk in het huis van zijn broer Isaak gestorven aan de pest. Lid van het goudsmidsgilde. Hij blijft ongehuwd.

c. Abraham Lutma, gedoopt Amsterdam 26-1-1628, begraven Amsterdam 13-10-1692. Hij staat sinds 1665 onder curatele van zijn broer Johannes Lutma, mij is niet duidelijk geworden waarom. Abraham is lid van het goudsmidsgilde. Hij blijft ongehuwd.

d. Jacob Lutma, gedoopt Amsterdam 13-1-1630, begraven Amsterdam 24-6-1654. In 1654 vermeld als boekdrukker of -verkoper. Hij blijft ongehuwd.

e. Isaac Lutma, gedoopt Amsterdam 30-11-1631, begraven Amsterdam 19-7-1664. Juwelier in de Beurssteeg. Ondertrouwt Amsterdam 23-6-1660 Abigael van Hardenberg, geboorte onbekend, begraven Amsterdam 8-7-1664.

    1. Johannes, gedoopt Amsterdam 20-7-1661, overleden kort daarna.
    2. Johannes, gedoopt Amsterdam 6-12-1662, begraven Amsterdam 29-7-1664
    3. Kraamkind, begraven Amsterdam 8-7-1664 (met zijn of haar moeder)
In het gezin van Isaac Lutma heeft zich een gruwelijk drama afgespeeld. De hele familie is in luttele weken in de zomer van 1664 aan de pest gestorven. Niet alleen Isaac, zijn vrouw en hun kinderen, maar ook Isaacs broer Francoys en Abigaels ongetrouwde zusters Sara (op 25 juli 1664) en Susanna (op 29 juli) van Hardenbergh. Er is door deze twee zusters alsmede door hun ongetrouwde broer Samuel van Hardenbergh, op 21 juli 1664 nog een testament opgemaakt onder andere ten gunste van het weeskindje Johannes Lutma.
Al deze pestlijders worden begraven in een graf in de noorderkerk, dat op naam staat van Jan van Hardenbergh - mogelijk Abigaels vader. Jans enige twee kleinkinderen, Jacobus en Josina van Hardenbergh, doen het graf in 1692 van de hand.
Abigael van Hardenbergh heeft invloedrijke relaties. Bij de huwelijkse voorwaarden in 1660 wordt zij onder meer bijgestaan door haar oom Everhardus van Hardenbergh (predikant te Hattem), Eduard May, bewindhebber van de WestIndische Compagnie, Anthony Nieuwgaert en John Pym, twee Amsterdamse notabelen: haar neven.
Abigaels broer, Joannes Hardenbergh  verfkoper, trouwt in 1662 Hester van der Hoeven.
Lutma was tot de pestepidemie leermeester van de goudsmidsgezel Joannes Lublink, die later een grote rol zou spelen in het goudsmidsgilde. Lublink ontvluchtte het huis in de Beursseteeg toen de pestepidemie uitbrak, en trad een paar maanden later in de leer bij Andries Bilstijn.


2. Roelands   / Pas

Francois Roelands is getrouwd met Maaijke Pas. Zij hertrouwt te Amsterdam op 23-8-1603 met Alexander van der Hoeven  Daardoor zijn niet alleen de kinderen uit het huwelijk Roelands-Pas de ooms en tantes van Johannes Lutma jr., maar ook de kinderen Van der Hoeven, waarover later meer.

Als kinderen van Francois Roelands en een Maaike of Maria... worden tussen 1590 en 1603 de volgende jongens en meisjes gedoopt. (NB: het patronym Roelands komt veel voor, Maaike gebruikt niet steeds haar eigen achternaam, soms komt Roelands voor, een enkele keer wordt ze ook Maria genoemd).

1. Pieter gedoopt A'dam 6-2-1590, moeder: Marri Paes
2. Maeijcke  gedoopt A'dam 12-1-1592, moeder: Maeycke Pas (Janneken Pas als peet). Zij trouwt, zoals hierboven vermeld, met Johannes Lutma
3. Sara  gedoopt A'dam 7-11-1593, moeder: Maeycke Rolants. Zij trouwt met Jacob de Bie en is de moeder van professor Alexander de Bie, Sara de Bie en Ada de Bie. Zie bij de familie De Bie, verderop.
4. Lijntgen, ~ A'dam 19-2-1596, moeder: Maeycken Roelants
5. NN, ~ A'dam 14-1-1601, moeder: Maeicke Roelants
6. Fransoijs, ~ A'dam 23-2-1603, moeder: Maijke NN

Behalve de hier genoemde Maaike en Janneke Pas (peettante in 1592) ben ik in de Amsterdamse actes nog Aeltjen Pas tegen gekomen (zij is in 1631 de doopgetuige bij de geboorte van Isaac Lutma) en Augustijn Pas. Deze laatste, geboren ca. 1581, verschijnt in 1628 drie maal in de registers. Namelijk als doopgetuige bij de geboorte van Abraham Lutma en als keurmeester van het goudsmidsgilde. Tenslotte is hij in hetzelfde jaar aanwezig bij de bekentenis (ten overstaan van een notaris) door twee meisjes van 15 en 17 jaar: zij hebben in een kraam bij de beurs een ring gestolen.

In de notariële acten worden als ooms en tantes van de Lutma's alleen leden van de families Van den Heuvel en De Bie genoemd. Dat kan erop duiden dat Sara en Maaike de enige twee kinderen uit het huwelijk Roelands-Pas zijn die nageslacht hebben nagelaten.


De Bie   - familie A

AI. Alexander de Bie, overleden voor februari 1629, trouwt Elisabeth Dyens

1. Abraham de Bie, volgt AII.a
2. Cornelis de Bie, volgt AII.b
3. Sara de Bie  gedoopt Amsterdam 23-12-1596, begraven Amsterdam 19-8-1666. Ondertrouwt Amsterdam 9-2-1629 Hendrik Quickelberg, zilversmid en later schout te Diemen, de weduwnaar van Annetje Adams. Sara de Bie hertrouwt (ondertr Amsterdam 18-5-1638) Johannes Lutma sr, de weduwnaar van Maaike Roelands. Zij kende Lutma al goed, want ze was in 1628 en 160 doopgetuige bij twee van zijn kinderen.
4. Jeremyas de Bie, gedoopt Amsterdam 7-1-1601
5. Susanna de Bie, gedoopt Amsterdam 9-11-1603

AII.a = I.1  Abraham de Bie, trouwt Susanna Carels
1. Cornelia de Bie, trouwt Jan Fonteyn, zijdelakenkoopman, de broer van zijn schoonzus
2. Susanne de Bie, trouwt Philip Fonteyn, de broer van zijn schoonzus

AII.b = I,2 Cornelis de Bie, gedoopt Amsterdam 9-2-1598, overleden 1629/1630. Zilversmid. In 1628 aanwezig bij de getuigenis van twee meisjes, die bekennen een ring uit een kraampje bij de beurs te hebben gestolen.
    Hij ondertrouwt Amsterdam 3-4-1621 Trijntje ten Oever Bysterveld. Zij hertrouwt Amsterdam augustus 1630 de zilversmid Arend Arends van Tongerloo.
Hieruit vijf kinderen, waarvan er drie hun vader overleven, w.o.
1. Cornelis de Bie, overleden 1664. Kunstschilder, woont in de Anthoniesbreestraat (vlak bij Pieter Lastman en Rembrandt van Rijn). Trouwt in 1649 Maria Ruiters

De Bie - familie B
(familierelatie onduidelijk. Is Jacob ook een zoon van Alexander X Dyens? Of een broer?)

BI. Jacob de Bie, trouwt Sara Roelants  dochter van Francois Roelands en Maaike Pas (en dus de schoonzus van Johannes Lutma)

1. Ada de Bie, gedoopt Amsterdam 22-10-1617, overleden voor 1684
2. Elisabeth de Bie, gedoopt Amsterdam 23-5-1620, begraven (Oude Kerk, in het familiegraf van Lutma) Amsterdam 5-2-1695.  Zij woont in 1688 op de Warmoestraat bij de Sint Jansstraat.
3. Alixander de Bie, volgt BII.a
4. Sara de Bie, gedoopt Amsterdam 16-2-1616. Kinderloos overleden na 1678, voor 1688, wanneer zij een erfenisje nalaat aan haar zuster Elisabeth

BIIa. = I,2. Professor Alexander de Bie, gedoopt Amsterdam 2-6-1622, overleden december 1690. Hoogleraar `Matthesios', logica en ethica aan het Atheneum van Amsterdam, tenminste van 1660 tot zijn dood. Woont in 1688 op de Fluwelenburgwal.

1. Ada Catharina de Bie, in 1694 meerderjarige dochter.
2. Maria de Bie, in 1694 meerderjarige dochter.


Van der Hoeven

I. Alexander van der Hoeven   senior. Goudsmid en deken van het gilde. Overleden tussen 1623 en 1628. Trouwt Susanne Pelletier; Hij ondertrouwt als weduwnaar Amsterdam 23-8-1603 Maaijke Pas, de weduwe van Francois Roelands. Hij wordt daarmee dus de stief-schoonvader van Johannes Lutma. In 1610 koopt hij van een goudsmid een huis in de Nes, waar de diamant (of de diamantring) uithangt.

1. (?) Abraham van der Hoeven (filiatie niet bewezen), volgt II.a
2. Jacob, volgt II..b
3. Anneke van der Hoeven, gedoopt Amsterdam 16-8-1609, overleden voor 30-11-1656. Zij ondertr. Amsterdam 26-3-1631 Isaac Verheijck. Hij hertrouwt, na haar dood Barbara Ranson   (de weduwe van zijn zwager Alexander van der Hoeven).
4. Alexander, volgt II.c

II.a (= I.1) Abraham van der Hoeven, geboren ca 1604, overleden na 1676. Goudsmid. Trouwt Anneke Wouters (de zus van Gijsbertje Wouters die getrouwd was met een meneer Coccu). Anneke Wouters of Abraham van der Hoeven was het enige kind van Maria van Houte. In 1628 is hij doopgetuige bij de geboorte van Abraham Lutma; in 1660 oom, voogd en assistent bij het huwelijk van Isaac Lutma.
1. Alexander van der Hoeven. + voor juli 1678. Enige erfgenaam van zijn `moeitje' Maria van Houte, de in Antwerpen overleden dochter van Pieter van Houte en Clara van Lippelo. Hij heeft acht erfgenamen van vaderskant en twee van moederskant.

II.b (= I,2) Jacob van der Hoeven, gedoopt Amsterdam 9-1-1607, in 1630 getuige bij de doop van Jacob Lutma.
Zeer waarschijnlijk de vader van:
1. Jacob van der Hoeven, volgt III
2. Hester van der Hoeven (in elk geval de zuster van Jacob), + voor september 1684, X 1662 Joannes (van) Hardenbergh  broer van Abigael van Hardenbergh, de vrouw van Isaac Lutma. Zij heeft in 1684 nakomelingen.

II.c Alexander van der Hoeven, gedoopt Amsterdam 1-7-1612, + tussen 1650 en 1656. Voogd over de vijf kinderen van Johannes Lutma sr. Ondertrouwt Amsterdam 9-10-1637 Barbara Ranson  Zij hertrouwt (ondertrouw Amsterdam 30-11-1656) Isaac Verheyck, de weduwnaar van haar schoonzuster Anna van der Hoeven.
1. Barbara van der Hoeven, gedoopt Amsterdam 6-11-1650. Ondertrouwt Amsterdam 20-12-1685 Jan Tieboel, wijnkoper te Amsterdam, overleden na 1694. Ze is de stiefdochter van Isack Verheyck, en dus de halfzuster van zijn kinderen.

III. Jacob van der Hoeven, overleden eind 1678 (filiatie met Jacob II.b niet bewezen). Doodgraver in de Oude Kerk. Waarschijnlijk is hij het die in Amsterdam in 1661 trouwt met Geertruyt Florianus: hij is oomzegger van Abraham van der Hoeven (en van Johannes Lutma en Isaac Verheijck in 1661)
1. Eva van der Hoeven. In 1684 met haar zuster de erfgename van Johannes Lutma en weeskind van Jacob.
2. Jacoba van der Hoeven. In 1684 met haar zuster de erfgename van Johannes Lutma en weeskind van Jacob.

Nog niet ingepast zijn de volgende Van der Hoevens:

Felix van der Hoeven. Zijn erfgenamen, waaronder Joannes van der Hoeven, bewonen een huis in de Nes. In 1673 kopen de erfgenamen van Joannes van de Hoeven Zaliger (hetzelfde?) huis in de Nes, daer de regenboog in de gevel staat en oock uythangt, van de erfgenamen van Jan en Leonora van Mansdalen.

Wilhelmina van der Hoeven, overleden tussen 1665 en 1671. Komt voor in een notariele index (acte nog niet opgespoord) en haar erfenis wordt beschreven (ook niet opgespoord).


Verheijck (of Verhaic)

I. Isaac Verheijck  overleden voor 1682
    Trouwt ten eerste Catharina Drossaert
    Ondertrouwt ten tweede Amsterdam 26-3-1631 Annetje van der Hoeven, de dochter van Alexander van der Hoeven en Maaike Pas en dus de stiefzuster van Johannes Lutma.
    Ondertrouwt ten derde Amsterdam 30-11-1656 Barbara Ranson, de weduwe van Alexander van der Hoeven (de broer van zijn tweede vrouw).
Verheijck is naamgever een doopgetuige van Isaac Lutma, bij diens geboorte in 1631. Hij wordt bovendien in het testament van Lutma senior tot voogd over zijn vijf kinderen aangesteld. Verheijck laat zijn drie kinderen een rijke erfenis na.

1. Anna Maria Verheijck. Overleden voor 1682. Trouwt Jan van Dinteren, eveneens overleden voor 1682. Hieruit nageslacht.
2. Hester Verheijck. Ondertrouwt Amsterdam 22-4-1663 Roelof Janse van Norden. Na zijn dood ondertrouwt zij te Amsterdam 27-2-1687 Michiel Lubeecx
    Waarschijnlijk is Anna van Norden haar enige kind. In 1734 verkopen de erfgenamen van Anna van Norden en Jan Marcus een huis in de Nes (`de Witte Fles'), dat in 1688 door Hester Verheijck uit de boedel van Alexander van der Hoeven is aangekocht.
3. Jacob Verheijck. Koopman te Amsterdam.