Op deze pagina kun je aantreffen:
practische informatie
Inleiding
Voordelen en steun
Wie is de schuldige
Onhandigheid en motoriek
Sociale omgang met anderen en impulsiviteit
Zondebok
Aandachtstoornis
Hyperfocussen
Erfelijke factor
De definitie van ADHD
Een stukje geschiedenis
Kenmerken van ADHD volgens de criteria van de DSM-IV
Diagnose stellen
Verantwoording: literatuurlijst
Inleiding.
ADHD en andere stoornissen zijn ontwikkelingsstoornissen waarvan de basis sterkt wortelt in de neurobiologische aanleg.
NIEMAND HEEFT ER DUS SCHULD AAN. Niemand kan er iets aan doen.
MAAAAR: IEDEREEN kan wel iets doen om de last voor deze kinderen en volwassenen te verlichten. Hoe???
Door te leren de wereld te zien door de ogen van een kind of volwassene met zijn specifieke problemen.
We moeten niet vergeten, dat een kind of volwassene een “PERSOON” is met specifieke problemen. Hij/zij is niet het probleem!
Ieder persoon heeft recht op menswaardig, liefdevol bestaan, ondanks zijn specifieke problemen. Daarom moeten wij hem/haar en zijn omgeving steunen, begrip tonen, ook eens positief tegemoet treden en niet veroordelen.
Ondanks de specifieke problemen (die de omgeving soms tot wanhoop kunnen drijven), moeten wij ons inzetten het eigene van de persoon te ontdekken.
Ook zij kunnen spontaan zijn en open. Ze kunnen een enorme creativiteit hebben. Ze kunnen energiek en enthousiast zijn. Ze kunnen humor hebben en gevat zijn. Ze kunnen gevoelig en zorgzaam zijn en een goed inlevingsvermogen hebben.
Dit kunnen we alleen ontdekken door de persoon te observeren en door zijn problemen heen te kijken en hem te stimuleren in het unieke. Natuurlijk kost dit de nodige moeite, meer dan normaal, maar het is de moeite waard. Je krijgt er echt een hoop voor terug.
Allereerst dit: ouders met een kind met problemen in het algemeen dus ook een adhd-er, of aanverwante stoornis, hebben een zware taak en verdienen dan ook alle steun. Vooral steun vanuit hun direct omgeving, is onontbeerlijk. Toch heersen er nogal wat vooroordelen, ten opzichte van bijvoorbeeld drukke kinderen. Veel ouders hebben al bij de geboorte een gevoel van er klopt iets niet, maar kunnen er geen verklaring voor geven. Dit is een intuïtief gegeven. Daarbij is het moeilijk om al in een heel vroeg stadium de kenmerken te ontdekken, omdat er vele kenmerken van adhd in een bepaalde fase van het leven bij ieder kind voorkomen. Bijv. een peuter kent een koppigheidsfase, waarin hij niet wil luisteren, hij wil zich afzetten tegen zijn ouders. Dit is een heel normaal verschijnsel en voorbereiding op het feit dat hij straks naar school toe gaat.
Hier wil ik duidelijk maken dat ouders niet de schuld dragen van de problemen van hun kind, maar met hulp wel zelf heel veel kunnen betekenen voor hun kind. Een adhd-kind heeft een andere algemene gebruiksaanwijzing dan een doorsnee kind, die wij normaal gesproken intuïtief aanvoelen en daarnaast is ieder kind UNIEK. Door zijn eigen unieke levensgeschiedenis (bepaalde stressvolle en vreugdevolle gebeurtenissen) en eigen kenmerken, zoals temperament en de reacties op zijn gedrag door de omgeving, heeft ieder kind een eigen manier van uiten van de kenmerken van adhd, die in aanleg bij het kind aanwezig zijn. Dus ook het kind zelf kan hier echt niets aan doen.
Vaak heeft het kind een houterige motoriek (met lopen, huppelen en dergelijke goed te zien), of heeft moeite met de fijne motoriek (komt tot uitdrukking bij dingen vastpakken en schrijven). Dit geeft al een onhandige indruk. Daarnaast is het door zijn impulsieve (eerst doen en dan denken) karakter ook nog onhandig in de zin van, ergens tegenaan lopen, iets omstoten, niet naar andere kijken bij bijvoorbeeld jas aan doen en daardoor iemand per ongeluk slaan, ze doen dit vaak niet expres. Natuurlijk zijn er ook boeven, die van hun onhandigheid gebruik maken.
Sociale omgang met anderen en impulsiviteit
Doordat het kind geen inzicht heeft in hoe hij met anderen om moet gaan, zal hij vaker iemands spel verstoren of zich opdringen aan iemand. Doordat hij doorgaans erg druk is en impulsief stoot hij kinderen af. Ook wordt hij gebruikt om vervelende karwijtjes uit te voeren voor anderen en als er iets misloopt krijgt hij de schuld, omdat hij toch al zo vaak iets doet. Daarnaast heeft hij moeite met op zijn beurt wachten en geeft als antwoord voordat je klaar bent met de vraag.
Bij de aandachtstoornis gaat het er niet om, dat het kind niet genoeg aandacht krijgt. Door de zintuigen krijgen wij als mens veel prikkels binnen, waarneming, gehoor enz. Wij kunnen automatisch (onbewust proces) een selectie maken van belangrijke en minder belangrijke prikkels. De belangrijke daar wordt iets mee gedaan en de minder belangrijke niet. Wij richten dus onbewust onze aandacht op een door onze hersenen geselecteerd item, de onbelangrijke prikkels worden geremd. Hier schuilt nu juist het probleem bij een adhd-ers. De rem werkt niet goed (inhibitieprobleem). Ze hebben geen controlemogelijkheden over de enorme hoeveelheid prikkels. Ze zeggen ik heb het enorm druk in mijn hoofd of ze omschrijven het als een soort hoofdpijn. Doordat er geen rem op de prikkels is of deze verstoord is, zijn ze zeer snel afgeleid, door andere prikkels, een leuk vogeltje buiten of zo. Er wordt daarom gezegd, ze kunnen hun aandacht niet bij hun werk of spel houden. Soms zijn ze juist nergens door af te leiden en ontstaat het hyperfocussen. Ze zijn ook vaak vergeetachtig door de enorme hoeveelheid prikkels en is het nodig veel vaker dan bij een ander kind iets te herhalen en te helpen herinneren iets te doen. Wat hierbij kan helpen is een bord met (visuele) plaatjes van de dagindeling of met dingen die ze niet moeten vergeten.
Wat minder bekend is bij adhers is dat een aantal van hen zich juist erg extreem goed kunnen concentreren in bepaalde situaties en in andere totaal niet, waardoor de indruk gewekt wordt, dat de diagnose adhd niet gesteld mag worden. Ze gaan zo op in waar ze mee bezig zijn, dat er een spreekwoordelijke bom kan worden afgestoken en ze horen je nog niet. Dit is vaak niet echt positief voor de omgeving. Dit wekt ongenoegen: hij luistert niet. Tip: ga daar nu eens anders mee om, als je dat weet dan loop je even naar hem toe en stoot hem voorzichtig aan.
Positief voor de persoon zelf is juist aan het hyperfocussen, omdat hij ergens totaal in opgaat, dat hij juist zeer creatief met een probleem om kan gaan (door dat hij ook hierbij niet alle prikkels kan dempen, die hij krijgt, dus niet zijn aandacht kan richten op een facet van het probleem) kan hij juist een probleem van zeer vele kanten bekijken, waardoor er soms geniale oplossingen voor een probleem bedacht kunnen worden (Dit zal ook wel het geval geweest zijn met onze bekende adhd-ers zoals Einstein enz). Als je dit als ouder bewust bent, dan zal je minder gauw boos worden op je kind. Ga maar eens goed je kind observeren als hij zo intens geconcentreerd bezig is met iets.
Gedacht wordt dat adhd een grote erfelijke factor heeft. Uit onderzoek blijkt dat vaak een van de ouders of grootouders ook kenmerken heeft van adhd. Alleen kenmerken veranderen door de tijd heen. Een volwassene zal nu niet direct op zijn werk heel hard door de ruimte gaan hollen. Wat er wel blijft is vaak een enorme innerlijke onrust en concentratieproblemen.
De aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (Attention Deficit/Hyperactivity Disorder, ADHD) vormt een ernstige en duurzame stoornis van de psychische ontwikkeling als gevolg van een hoge mate van ongeconcentreerd, rusteloos en impulsief gedrag. De stoornis manifesteert zich vanaf de vroege jeugd: per definitie voor het zevende jaar, bijna altijd voor het vijfde en in veel gevallen reeds voor het tweede jaar. De stoornis blijft vaak bestaan tot in de adolescentie en de volwassenheid. Patiënten met ADHD hebben een verhoogde kans op een verstoorde ontwikkeling van de persoonlijkheid. Tot de negatieve gevolgen behoren delinquent en ander antisociaal gedrag en het niet naar vermogen presteren op school. Longitudinaal onderzoek toont aan, dat aandachtsproblemen en hyperactief gedrag op zichzelf een risico vormen voor de ontwikkeling en niet alleen beschouwd mogen worden als een uiting van een meer fundamenteel tekort. De behandeling van patiënten met ernstige verschijnselen van ADHD vormt derhalve een belangrijk doel voor instellingen voor geestelijke gezondheidszorg (Boer, e.a.,1999, p 8).
Kenmerken van ADHD volgens de criteria van de DSM-IV
Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit.
1. Aandachtstekort: zes (of meer) van de volgende symptomen van aandachtstekort
zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaan-
gepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau:
het kind of de jongere:
- slaagt er vaak niet in voldoende aandacht te geven aan details of maakt achteloos
fouten in schoolwerk, werk of bij andere activiteiten;
- heeft vaak moeite de aandacht bij taken of spel te houden;
- lijkt vaak niet te luisteren als hij/zij direct aangesproken wordt;
- volgt vaak aanwijzingen niet op en slaagt er vaak niet in schoolwerk, karwijtjes af
te maken of verplichtingen op het werk na te komen (niet het gevolg van
oppositioneel gedrag of van het onvermogen om aanwijzigen te begrijpen);
- heeft vaak moeite met het organiseren van taken en activiteiten;
- vermijdt vaak, heeft een afkeer van of is onwillig zich bezig te houden met taken
die een aanhoudende aandacht(langdurige geestelijke inspanning) vereisen (zoals
school- of huiswerk);
- raakt vaak dingen kwijt die nodig zijn voor taken of bezigheden (bijvoorbeeld
speelgoed, huiswerk, potloden, boeken of gereedschap);
- wordt vaak gemakkelijk afgeleid door uitwendige prikkels;
- is vaak vergeetachtig in zijn doen en laten (bij dagelijkse bezigheden).
2. Hyperactiviteit-Impulsiviteit: zes (of meer) van de volgende symptomen van aandachtstekort zijn gedurende ten minste zes maanden aanwezig geweest in een mate die onaangepast is en niet past bij het ontwikkelingsniveau:
Hyperactiviteit
- zit vaak met de handen te friemelen, met de voeten te schuiven en op zijn stoel te
wiebelen of draaien;
- staat zo maar op (bijv. in de klas of in andere situaties), terwijl van het kind
verwacht wordt dat het blijft zitten;
- rent vaak rond of klimt overal op in situaties waarin dit ongepast is (bij adoles-
centen of volwassenen kan dit beperkt blijven tot subjectieve gevoelens van
rusteloosheid;
- heeft vaak moeite rustig mee te spelen of aan vrijetijdsactiviteiten deel te nemen;
- is vaak “in de weer” of “draaft maar door”;
- praat vaak aan een stuk door.
Impulsiviteit
- gooit het antwoord er vaak al uit voor de vraag helemaal is gesteld;
- kan dikwijls niet op zijn beurt wachten, in een winkel, bij sport of spel
of in groepssituaties;
- verstoort vaak bezigheden van anderen of dringt zich op.
Bijkomende criteria zijn, dat ADHD niet later dan op de leeftijd van zeven jaar is begonnen, dat de symptomen in twee of meer situaties dienen op te treden (bijv. thuis, op school, op het werk of de sportvereniging), dat de stoornis veel leed en beperking in het sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren veroorzaakt en dat er geen sprake is van een zwaarder diagnose zoals pervasieve ontwikkelingsstoornis, psychose of manie (Koster van Goos, 1998).
DIAGNOSTIEK of diagnose stellen(vaststellen van de stoornis):
Een goede diagnostische procedure bestaat uit:
Een informatief gesprek met de ouders (of andere primaire verzorgers) over de levensloop en klachtgedrag van het kind.
Daarnaast een lichamelijk onderzoek van het kind, aangevuld met een eventueel psychiatrisch
en/of psychologisch onderzoek. Tevens behoort er informatie te worden ingewonnen bij derden zoals bijvoorbeeld de leerkracht, mentor en huisarts ).
Ter ondersteuning kunnen gestandaardiseerde vragenlijsten gebruikt worden, die gebaseerd
zijn op de criteria van de DSM IV, maar ook meer algemene vragenlijsten, zoals de CBCL
(Child Behavior Checklist), waarvan een ouder-, leerkracht en kindversie van bestaan.
(Noot bij de CBCL: dit zijn vragenlijsten, waarmee vele problemen redelijk betrouwbaar kunnen worden vastgesteld. Onder de vragen bevinden zich op het eerste gezicht hele vreemde vragen, als jou kind zulke gedragingen niet heeft. Toch is het helaas zo dat er kinderen dit probleemgedrag vertonen. Je hoeft hier dus niet van te schrikken. Je vult hierbij gewoon in dat het gedrag niet voorkomt. Deze lijsten zijn gemaakt op basis van uitgebreide onderzoeken bij vele kinderen.)
Een gesprek over levensloop bevat het zwangerschapsverloop, de geboorte, 1e jaar
huilen, eten, drinken en slapen. Verdere opgroeien. Motorische ontwikkeling, spraak/taal ontwikkeling, zindelijkheid, sociale ontwikkeling (vriendschappen en vrijetijdsbesteding).
Daarnaast een uitgebreid informeren naar het klachtgedrag en wat er wel goed gaat.
Dus wat de ouders zien als problemen bij het kind, waar ze zich zorgen over maken en wat er
goed gaat met het kind.
Daarnaast kan er informatie ingewonnen worden over broertjes en zusjes en eventuele stoornissen in de overige familie.
Als aanvulling kan er een psychologisch onderzoek plaatsvinden. Hierbij wordt de intelligentie bepaald door middel van een test. Daarnaast kan er aandacht worden besteed
aan de aandacht, planning en organisatie van het gedrag, geheugenstrategieen en –capaciteit.
Ook een gezinsonderzoek, fysiotherapeutisch- en logopedisch onderzoek behoren tot de mogelijkheden.
Bij een ernstige vorm van de stoornis is het onderzoek dus vaak multidisciplinair. Dus
diverse hulpverleners zijn bij dit onderzoek betrokken, zoals boven aangegeven welke(F. Boer, e.a., 1999)
Verantwoording: gebruikte literatuur
De tekst op mijn site is een samenraapsel van tekst uit onderstaande boeken. Waar mogelijk wordt verwezen naar de auteurs.
Dit is niet altijd mogelijk, omdat stukken tekst uit vele boeken komt, zoals bijvoorbeeld bij de comorbiditeit.
Veel tekst is tot standgekomen door een samenvoegsel van eigen ervaringen, ervaringen van ouders en tips die door mensen aangereikt worden.
Barkley, R.A. (1997). Diagnose ADHD. Lisse: Swets & Zeitlinger.
Boer, F., Buitelaar, J.K., Daalen, E. van, Gunning, W.B., Minderaa, R.B., Westermann, G.M.A., (1999). Richtlijn diagnostiek en behandeling ADHD (kinderen en adolescenten). Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Amsterdam: Uitgeverij Boom.
Compernolle, TH. (1995). Zit stil!: handleiding voor het opvoeden van overbeweeglijke kinderen. Tielt: Lannoo.
Gunning, B. & Paternotte, A. (1997). Toen we de bijsluiter lazen…. Bilthoven: Landelijke Vereniging Balans.
Gunning, W.B. (1998). Behandelingsstrategieën bij kinderen en jeugdigen met ADHD. Houten/Diegem: Bohn stafleu Van Loghum.
Koster van Groos, G.A.S (1998), Beknopte handleiding bij de Diagnostische Criteria van de DSM-IV. Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Lisse: Swets & Zeitlinger.
Kraijer, D.W. (1994). Zwakzinnigheid, autisme en aan autisme verwante stoornissen. Classificatie, diagnostiek, prevalentie, specifieke problematiek, opvoeding en behandeling. Lisse: Swets & Zeitlinger.
Lieshout, T. van (1999). Praktische tips voor de opvoeding van kinderen met ADHD. Richtlijnen voor ouders, leraren en begeleiders. Utrecht: Samenwerkingsverband.
Paternotte, A. (1996). Doe normaal! Bilthoven: Landelijke vereniging Balans.
Paternotte, A. (1998). Wacht even… Kinderen met ADHD/ADD thuis en op school. Bilthoven: Landelijke Vereniging Balans.
Prins, P; Brink, E. t.; Eenhoorn, A. en Lootens, H. (1999). ADHD: een multimodale behandeling. Houten: Bohn Stafleu Van Loghum.
Veenstra, J. (1995), Attention in preschool childeren with and without signs of ADHD, (Proefschrift), Stichting Kinderstudies, Groningen.
Scriptie van Arno (J.) van Moolenbroek:Site > http://home.planet.nl/~moolenb

Emailadres: Heeft u ook tips, informatie, wilt u iets vragen, of anderszins mail mij. Ineke.